Op Fietse nieuws

Home - Twee Drentse beulen… Onno Reijnhout vertelt over de Drenthe 200.

Twee Drentse beulen… Onno Reijnhout vertelt over de Drenthe 200.

Twee Drentse beulen… Onno Reijnhout vertelt over de Drenthe 200.

De Drenthe 200.

De laatste tijd lees ik regelmatig in de krant dat er een kloof schijnt te zijn tussen de Randstad en ‘de provincies’. Zij en wij en wij en zij. Als ik dan van Donderen naar de Stad (Groningen) fiets `s morgens dan moet ik daar wel eens over nadenken. Zouden ze gelijk hebben daar in de Randstad? Lopen wij hier een beetje achter? Een collega van mij zegt wel eens: laat het nadenken nou maar over aan de professionals. Hij bedoelt zichzelf daar dan meestal mee, maar ook hij kon geen uitsluitsel geven over deze kwestie.

Ik kan één ding noemen waarin wij hier zeker achter lopen. Drenthe heeft namelijk nog steeds een tweetal beulen op de loonlijst staan en Johan Wekema en Marco Bos zijn hun namen. In 2015 bedachten zij een route over de Drentse Hooglanden waar het middeleeuwse vierendelen bij in het niet valt en noemden hem de Drenthe 200. Af te leggen op een mountainbike of crossfiets, of nog erger een fatbike, midden in de winter, zonder ondersteuning van buitenaf. 200 kilometer Drentse modder, hei, zand en baggerzooi. 400 vrouwen en mannen werden in de eerste editie van 2015 over paden gestuurd waar menig agrariër vast zou komen te zitten met de tractor. Bevend stonden we om 6 uur aan het vertrek, niet wetend wat ons te wachten zou staan. Schiet mij maar lek met dat startpistool moet menig deelnemer gedacht hebben.

Toen ik in Maart 2015 lucht kreeg van deze wedstrijd leek het mij een leuke uitdaging. Het voorjaar lag aan mijn voeten. De lange fietsbroek kon de kast in, de winterhandschoenen onderin de la. De kilometers vlogen onder mijn wielen door. Geen vuiltje aan de lucht. Maar na een seizoen vol mountainbikewedstrijden, de Trans Alp Challenge en een fietsvakantie naar Berlijn begon het besef te komen. 200 kilometer. 28 December. Dit gaat extreem worden. En extreme uitdagingen vragen om extreme voorbereidingen. Die beulen zullen mij er niet onder krijgen. Dit najaar geen rustperiode.

Dus van maandag tot en met donderdag fietste ik van Donderen naar Groningen naar mijn werk en `s middags met een ruime omweg weer terug. Op de woensdagen sloot ik aan bij de KNWU cyclocross training om intensief te kunnen trainen. Vrijdag ben ik vrij en kon ik lange trainingen afwerken, met flink wat intensieve blokken. Het weekend vulde ik met toertochten, trainingswedstrijdjes of nog meer trainingskilometers. Bij regen bleef ik binnen. Maar het najaar van 2015 was uitzonderlijk goed en ik trainde me dus helemaal suf. De langste reeks was 10 dagen achter elkaar op de fiets zonder rust, de langste training was 145 kilometer.

Door Meneer Wekema op Strava te volgen kon ik al een groot deel van de route voorspellen en het zwaarte punt zou in mijn ogen op de mountainbike route van Gieten zijn. In het donker over het bochtige, modderige parkoers zouden er wel eens verschillen kunnen ontstaan.

Dus toen wij onder de modder rond 8 uur in de vroege ochtend in het donker in Gieten aankwamen, ben ik direct op kop gaan rijden met het idee om uit de problemen te blijven. Anderen in de kopgroep hadden moeite om recht te blijven, hadden te weinig profiel op de banden en moesten te vaak corrigeren. Door de kop te nemen kon ik mijn eigen tempo bepalen en mijn eigen spoor kiezen. Het werd stil achter mij en ik was alleen weg. Met nog 150 kilometer voor de boeg maakte ik me geen illusie dat dit lang zou duren. Tempo onderhouden, eten, en vaak omkijken. Maar de paden bleven leeg en op kilometer 75 hoorde ik dat ik een aantal minuten voorsprong had. Na 100 waren dat 5 minuten.

Zo bleef mijn voorsprong groeien en in Appelscha op 150 kilometer begon ik te geloven dat ik wel eens kon winnen. Met de bek op het stuur en de tong tussen de spaken ben ik toen gaan stoempen als nooit te voren.

Op de allerergste modderstrook van al die 200 kilometers zag ik opeens 2 mannen opdoemen aan de horizon. Diep weggedoken in hun winterjas, de handen onderin de zakken. Tot de enkels in de modder met hun gevoerde laarzen. De beulen van Drenthe. Ze hadden me er niet onder gekregen. De laatste 15 kilometer vlogen voorbij. Roden was in zicht. De modder had geen grip meer op mijn banden. Ik voelde mijn benen niet meer. 10 minuten achter mij zong Marc de Maar eenzaam het lied van de eenzame fietser. Maar ik zat ‘op fietse’ met de banden vol met wind. Wie doet mij wat? Het Drentse volkslied speelde zich keer op keer af in mijn gedachten. Ik won de mooiste wedstrijd van mijn bescheiden sportleventje.

Een Limburgse vriend die ook mee had gedaan vertelde me na afloop hoe vreselijk hij genoten had van de route. De heidevelden, de zonsopkomst bij Balloo, de geweldige mountainbike route van Gieten, de kleine dorpjes onderweg, smalle schelpenfietspaadjes door natuurgebieden, kortom, van Drenthe. Wat voor mij vanzelfsprekend was, zag ik even in een ander daglicht.
Laten we die kloof tussen zij en wij maar snel vergeten. Laten we kijken naar elkaars sterke punten. Er mogen hier dan nog steeds een paar beulen los rondlopen die gekke fietstochten verzinnen, in rust, ruimte en natuur doen we het hier in ‘de provincie’ vrij goed.

Succes iedereen de 28ste. Vergeet niet zo nu en dan om je heen te kijken onderweg. Vergeet niet te genieten van je omgeving. En als je twee mannen ziet staan aan het einde van het ‘Jan Pad’ achter Westervelde, zwaai ze dan vriendelijk toe en fiets snel door. Ze zullen ons er niet onder krijgen!