Op Fietse nieuws

Home - De Drenthe 200 van… Immo Dijkma!

De Drenthe 200 van… Immo Dijkma!

De Drenthe 200 van… Immo Dijkma!

Kun je tegen modder?
Ik houd wel van modder. Het is toch iets dat je van kinds af aan niet mag maar wel doet: er dwars door heen. En ik houd mij vast aan de grote leermeester Johan Wekema: ‘de bodem van de plas is altijd het hardst’.

Heb je de Drenthe 200 al eens eerder gereden?

Ik heb hem drie keer gereden. Twee keer officieel en een keer in juli in een groepje waar ik met kop en schouders de slechtste was. De eerste keer twijfelde ik maar toen ik begreep dat de start bijna voor mijn huis was kon ik niet anders dan meedoen. Overigens ook wat opgehitst door dezelfde Johan Wekema. Terwijl ik zelf erg twijfelde haalde ik zogenaamd vol zelfvertrouwen Arend Castelein over om me te doen. Met hem reed ik ook twee 11-stedentochten en dit jaar gaan we samen de 1000 kilometer aan 11-stedentochten en Drenthe 200 tochten vol maken.

Heb je nog tips voor anderen?
Het gaat niet om kilometers maar om uren maken. Zet je ego aan de kant. Vooral bij de start waar je het gevoel krijgt dat iedereen denkt dat finishlijn in Lieveren getrokken is. Het gaat goed als je in ochtend vaker wordt ingehaald en in de middag vaker inhaalt.

Eet en drink als je er geen zin in hebt. Stel het niet uit tot een geschikte plek of tot de volgende post. Als je denkt aan eten of drinken dan is het tijd. De meeste gaan alleen en daar zijn goede argumenten voor. Ik heb goede ervaring met samen fietsen als je een beetje aan elkaar gewaagd bent. Dan kun je nog een keer lachen, iemand uitschelden en raak je niet verstrikt in je eigen gedachten.

Hoe zag je voorbereiding eruit?
Op de fiets naar het werk (soms met een omweg) en elk weekend een lange training. Dat en karakter moet het gaan doen.

Ga je op de mountainbike of crosser?
Op de mountainbike. Eerste jaar reed ik op de crosser en dat leverde mij naast drie lekke banden heel veel cynische opmerkingen op bij de start. En ik kan je verzekeren dat je dat bij de start niet wilt horen. Ook daar baseerde ik mij op de fietsprofessor Johan Wekema. Een Mountainbike is een zomerfiets. Een crosser is een winterfiets. Die wijsheid heb ik toen meerdere malen met een stalen gezicht gedeeld.

Heb je een bepaalde tijd of klassering als doel gesteld?
Uitrijden en proberen niet aan een klassering te denken. Dat helpt namelijk niks. Je kunt wat je kunt en het heeft geen zin om allerlei doelen te stellen in termen van tijden of uitslagen. Mijn doelen zijn meer gericht op hoe ik het ga doen: rustig beginnen en uren maken. Op tijd eten en drinken en af en toe genieten van alles om je heen. De start bijvoorbeeld is al fantastisch. Alleen daarom is het al een belevenis. Al die onrust, de lampjes, het onzekerheid verpakt in stoerdoenerij in de eerste kilometers. In de eerste twee uur hoor je vaak onrustige stemmen roepen ‘aan de kant’ en in de laatste uren hoor je ‘ga maar voor’.

Wat ga je eten en drinken onderweg?
Wat gelletjes, wit brood met echte honing, droge worst en dadels. Die droge worst is niet wetenschappelijk onderzocht maar ik hoor het zo vaak dat ik het toch maar doe.

Waar zie je het meest tegenop? En waar kijk je het meest naar uit?
Ik zie het meest op tegen de momenten dat je wegzakt, vergeet te eten en voelt dat je aan het aftakelen bent. Je weet dat je daar doorheen kan komen, alleen dat duurt vaak lang en is niet prettig. Ook weet ik als oud wielrenner dat ik af en toe denk dat ik dat nog ben en me dan laat verleiden tot stoerdoenerij. Helpt niks en je betaalt dat vaak dubbel en dwars terug. Arend Castelein, de vriend met wie ik de Drenthe200 voor de 3e keer fiets is eigenlijk een voetballer. Maar ook een groter talent. En dat is wel eens vervelend.

Ik kijk uit naar de start en de finish. Maar ook de avonturen onderweg. De verschillende fases waar je in terecht komt. De momenten dat het lekker gaat en je weer bijtrekt uit een mindere fase. Maar ook de humor onderweg. Het eerste jaar droeg ik een rugzak. Bij de stop in Dwingeloo stonden wat kannibalen met de handen in de broekzak te kijken. Na een wat meewarige blik zei een: ‘ga je kamperen’. Verder niks. Of na een heel zwaar stuk met blubber in het eerste jaar een oude man die zei: nu begint het pas. Je fietst nu naar het doucheputje van Drenthe’. En waar ik enorm van kan genieten is de fantastische inzet van vrijwilligers. Mannen die op een donker bospad je de goede kant op sturen, die je op een vriendelijke manier veilig laten oversteken en die er voor zorgen dat dit allemaal kan.

Het lijkt erop dat het hier en daar modderploegen gaat worden. Hoe is je fietstechniek?
Het voordeel van mijn tempo is dat er niet zoveel eisen worden gesteld aan mij fietstechniek. Hij is beter geworden en het verleden als wielrenner helpt ook nog wel een beetje. Overigens hoef ik niet elk bultje perse fietsend omhoog. Soms is het wel even lekker om een paar stappen te lopen.